De verhalen van Pak Leo - De gestolen ring

Geplaatst op maandag 04 juli 2005 @ 21:52 , 89 keer bekeken

Aloha lezers, hier is pak Leo weer en komt weer op jullie scherm. Is de heerlijke koffie al klaar en natuurlijk een lekker koekie niet te vergeten, ja? Wel, dit verhaal speelt zich af in het plaatsje genaamd Toentang een kleine desa in de buurt van een ander klein plaatsje genaamd Ambarawa in Midden-Java.


Het gaat om een gouden ring die gestolen werd en niemand wist wie de ring heeft weggehaald. Aangaande de senioren hoef ik niet te vertellen dat elk dorpje waar maar ook in Indonesië (ons lang verleden moederland) altijd een doekoen heeft.


Een uitleg voor de jongeren: een doekoen is een ouderling die de kunst van vele legendes kent en soms zwarte-kunst machtig is en het toepast voor wie maar ook hulp nodig heeft. Zoals ik al eerder zei: in de westerse samenleving wordt aan het "hokus pokus" geen aandacht besteed. Alleen soms onder een klein percentage onder de blanken wordt het wel beoefend en wanneer men over spoken of een en ander over zwarte-kunst praat wordt er veel gelachen en wordt er geen geloof aan gehecht.


Dit is een verhaal dat ook over een doekoen gaat die een kunst machtig is tussen vele andere eigenschappen van de zwarte kunst, namelijk de dader te vinden die de ring gestolen heeft.


Het verhaal begint als volgt:
Iemand heeft een gouden ring verloren, heeft een idee wie de ring nu in bezit heeft, maar kan het niet bewijzen, want de ring is ergens weg gelegd door de persoon die hem heeft gestolen. Ibu Laura was gehecht aan die ring die zij op tafel in de slaapkamer had neergelegd. Want meestal is het zo, wanneer handen arbeid gedaan moet worden, wordt een ring of armband van arm en vingers verwijderd tegen beschadiging. Ten einde raad ging Ibu Laura naar de doekoen van desa Toentang verderop gelegen van Ambarawa, ook een dorpje verder richting de sawahvelden gelegen bij een klein gebergte.
Aangekomen bij de doekoen vertelde Ibu Laura over de ring die weg is. De doekoen zei: "loenggoh disik, mongoh niki wontin koppie tobroh la niki djadjanan gedang goreng inggih legi, monggoh dagger disik Ibu". ("ga eerst zitten,hier is een kopje koffie en een pisang goreng, erg zoet, ga eerst dat eten Ibu.") Toen Ibu Laura al uitgerust was en van de heerlijke pisang goreng gesmuld had, vertelde zij het hele verhaal aan de doekoen.


De doekoen zei : "goed, ik zal zien wat ik kan doen. Wie het gedaan heeft en waar de ring is vraag ik aan de Demah-Pendjogo. De doekoen ging naar de achterkant van zijn huisje en haalde een zwarte pasta uit een bakje die begraven was in zijn achtertuin en terwijl hij de pasta op de nagel van zijn rechter duim smeerde zag je op een gegeven moment een heldere spiegel-reflectie en op dat moment mompelde hij: "lah aku ngjalok toeloeng Demah-Pendjogo isoh, nemmoe sopoh sing ngjollong tjintjine si Ibu Laura saiki iku joh ngjalok toeloeng isoh ngdelok bajangane joh sing sopppoh roepone oewong ikoe sing ngjollong tjintjine ning kammarne Ibu Laura." ("Ik vraag om hulp geestelijke bewaker, kan je vinden wiens gezicht het is die de ring in de kamer van Ibu Laura gestolen heeft?"). Daarna haalde de doekoen wat menjan en ging naar binnen waar Ibu Laura zat te wachten. De doekoen ging siloh, Ibu Laura kreeg een dingklik en ging naast de doekoen zitten. De doekoen zei: "kijk goed naar de zwarte nagel van mijn duim, kijk heel goed, want jij alleen kan het zien. Wat je daar te zien krijgt is een gedaante en jij alleen zal de gedaante die daar te voorschijn komt kunnen herkennen. De doekoen hield zijn duim met de zwarte pasta in de richting van Ibu Laura die naast hem zat, hij sloot zijn ogen en in een diepe trance vroeg hij: "wat zie je daar Ibu Laura?", wijzend op de zwarte duim. Een gedaante.........


Wordt vervolgd, beste lezers. Tot volgende week. Pak Leo wenst jullie allen al de blessings en een warm Aloha van Honolulu Hawaii.


Aloha lezers, hier ben ik weer met het vervolg van de gestolen ring van Ibu Laura. Een gedaante verscheen, en de doekoen vroeg, : "soppoh menikoh sing wonten bajangane?" (" wie is dat die gedaante die daar verschijnt?" ) Ibu Laura zei "het is een vrouwelijke persoon die dichter en dichter meer zichtbaar wordt". De gedaante liep van de ene hoek naar een andere hoek in een huisje dat ook zichtbaar was. Van de gedaante die dichter te voorschijn kwam was het toch nog vrij moeilijk om het gezicht te kunnen herkennen. Ibu Laura had veel vrouwelijke desa werksters, als helpers in haar kleine rijst pellerij werkplaats naast haar huis. Natuurlijk zijn ze allemaal in hun sarong en kebaja klederdracht gekleed want het waren allemaal werksters van de desa waar Ibu Laura woont en achter haar huis zijn de padi (rijst) velden. De werksters die belast waren met het potong padi dan tumbuk di selikah ngetongan (en daarna de rijst korrels stampen) zijn allemaal heel vriendelijk en bedeesd. De meesten kunnen niet lezen en schrijven, maar zijn eerlijk als goud met een warm hart voor iedereen. En daarom kon Ibu Laura zich niet indenken dat een van hen de mooie ring zou hebben kunnen stelen. Maar toch zag zij de vrouwelijke gedaante in de duim-spiegel van pak doekoen. Hoe is dat toch mogelijk, vroeg zij zich af. De doekoen vroeg weer : "Ibu Laura, menikoh sampon weroh sopo menikoh sing ngjolong tjintjine?" ("Ibu Laura weet je al wie de ring heeft gestolen?") Ibu Laura zei: "het is moeilijk te zien en ook de vrouwelijke gedaante is moeilijk te herkennen , pak doekoen.") De doekoen was wel wat teleurgesteld en zei tegen Ibu Laura: "monggoh Ibu daggar disik, niki wonten lemper, koppie tobroek engih sampon kelaar." (Ibu Laura, kom ga eerst wat eten hier is lemper, met zwarte koffie die al klaar is.") De doekoen verontschuldigde zich "ik moet even afbreken en ga even naar mijn pondok di belakang." (en ga even naar mijn achter huisje) "Ik en ben zo terug Ibu". De doekoen ging siloh en sembajang, hij sloot zijn ogen, dwaalde diep in gedachten en mompelde: "mongoh mas pendjogo, kuloh niki inggih njalok toelong mas pedjogo. Koeloh inggih mator kesoewon mas pedjogo isoh ndlelok bajangane nikoe sopo?" ("kom meester geestelijke bewaker, ik vraag u hulp meester geestelijke bewaker, ik zeg u mijn dank meester geestelijke bewaker, moge ik zien wie die gedaante moge zijn?" ).


Na dank gezegd te hebben ging de doekoen weer met goede moed naar binnen in het huis waar Ibu Laura vertoefde en hij vroeg of Ibu Laura nogmaals wilde proberen en zien wie de vrouwelijke gedaante zou kunnen wezen. De doekoen zei: "ik heb weer gevraagd aan de geestelijke bewaker voor een duidelijker zichtbare verschijning van die vrouwelijke gedaante die op en neer in een huisje telkens liep". Met de geconcentreerde gedachten en gesloten ogen van de doekoen ging Ibu Laura opnieuw kijken en met aandacht keek zij tot haar grootste verbazing in het gezicht van haar meest betrouwbare werkster. Op de dag dat de ring weg was en toen Ibu Laura vermoedde dat de ring gestolen was, was het die werkster die het huis had schoongemaakt.


Wel beste lezers denken jullie allen heus dat de werkster de ring gestolen heeft? Aha, het wordt spannend, wat denken jullie allen ? Heeft de werkster de ring gestolen? Of heeft ze niet gestolen? Aha, zullen wij SHERLOK HOLMES er bij halen, de beroemde detective,om het uit te vinden, hahahahaha.


Wel, het vervolg na deze is ook het einde van het verhaal en de waarheid zal te voorschijn komen van de gestolen ring. Hierbij eindig ik dit deel met een WARM ALOHA van Honolulu, verdragelijke warm tropisch temperatuur zou ik graag met jullie allen willen delen. Tot een volgende week beste lezers , blijf gezond, en gezegend.


AlooooooooooooooooHa. ( pak Leo ).


Ibu Laura was bedroefd aangezien zij zich nog steeds niet kon voorstellen dat zij in de duim-spiegel van de doekoen de gedaante zag van de vertrouwde werkster genaamd Djamilah die in haar slaapkamer van de ene hoek naar de andere hoek aan het lopen was. Ibu Laura kon eerst het huisje niet thuisbrengen tot naderhand toen zij voor de tweede maal in de duimspiegel van de doekoen haar eigen huisje zag afgebeeld alles meer herkenbaar werd. De vraag was nog steeds: waar is de ring? Ibu Laura's bezoek aan de doekoen was op vrijdag en de werkster zou niet eerder dan maandag weer komen om het huis schoon te maken; dus dan zou Ibu Laura pas een gesprek met Djamilah kunnen voeren. Dank zeggend en na een sokkongan achter te hebben gelaten aan de doekoen nam Ibu Laura afscheid. Ze begon haar tocht terug langs de mooie padi sawahs waar het water langzaam van hoog naar laag over de waterdijkjes naar elk padi veldje stroomde net alsof het door een magneet werd aangetrokken. De kleurige nglatiks vlogen er in zwermen rond om zo nu en dan te landen op een rijstveld om wat korrels uit de rijstsprieten te pikken. Dan was er ook nog het adembenemende semulette met de mooie bergen op de achergrond van de desa Toentang die tussen de bergen en padie sawahs vredig was ontstaan.


Teruggekomen in Ibu Laura's omgeving en huisje waren haar gedachten nog steeds: waar is de ring? Zaterdag en zondag waren de meest bedroefde dagen en nachten van Ibu Laura. De avondbediende vroeg of Ibu Laura graag een maaltijd opgediend wilde hebben en met een treurige glimlach was het antwoord: nee.


Eindelijk kwam de dageraad van maandag met een wonderlijke zonsopgang en daar kwam Djamilah aanlopen en zoals gewoonlijk groette zij met een vrolijke glimlach beleefd: "kulon-noe-won Ibu". Maar het goedendag van Djamilah werd niet zo welkom geaccepteerd door Ibu Laura zoals elke morgen wanneer Djamilah binnenkwam om haar dagelijkse werk te verichten. Ibu Laura kwam met een harde en niet al te vriendelijke stem: Djamilah, Iku iki ora senang" ("Djamilah ik ben niet erg blij") en Djamilah antwoordde: "wonten nopoh Ibu ?" ("wat is er gaande Ibu?"). En Ibu Laura antwoorde weer: "aku iki benar tamoe pak doekoen ning desoh moe" ("ik ben naar pak doekoen gegaan in jouw dorpje") "tjintjin-koe ilang" ("mijn ring is weg"). "Akoe iki delok ning kotjoh neh djempollee pak doekoen" ("ik heb in de duimspiegel van pak doekoen gezien") "nah, aku delok kowe deweh sing ngjambot gawe nang kamar-koe", ("aha, ik zag alleen jou die in mijn kamer werkte") "Djamilah, endieh tjintjinkoe?" ("Djamilah, waar is mijn ring?") "Balek-noh Djamilah", ("geef terug Djamilah") "oewong nah njolong ikoe, ora slamat!" ("op een mens die steelt rust geen zegen").


Djamilah antwoordde: "Ibu? koeloh nikki bot-ten ngolong tjintjin Ibu" ("Ibu? Ik heb geen ring gestolen Ibu"). En Ibu Laura werd helemaal driftig en met een harde stem vroeg ze: "endieh tjintinkoe Djamilah!!!" ("waar is mijn ring Djamilah!!!") Djamilah begon zachtjes verdrietig te huilen en snikkend zei ze: "koeloh bot-ten njolong tjintjin Ibu." ("ik heb geen ring gestolen Ibu") En Ibu Laura vroeg weer: "waar is die ring dan !!!" Djamilah antwoorde snikkend en met een bevende stem: "Ibu, u hebt de ring open en bloot op tafel gezet bij het geopende raam van Ibu's slaapkamer en ik was bang dat de ring echt gestolen zou worden en daarom heb ik de ring verstopt op de bodem van de linnenkast, middelste rek tussen het bedlinnen, kom maar kijken Ibu." En Djamilah liep met Ibu Laura naar de linnenkast en inderdaad daar was de mooie ring die Ibu Laura van haar wederhelft had gekregen.


Ibu Laura brak in tranen uit, voelde de pijn in haar hart vanwege haar onrechtvaardige oordeel, omhelsde Djamilah en zei: "Ibu Laura ma-ap ja Djamilah". ("mijn verontschuldiging Djamilah") en omhelsde Djamilah nogmaals. Alles werd weer normaal als voorheen.
Vele jaren zijn voorbij gegaan. Djamilah groeide met een eerlijk en warm hart verder in de jaren met Ibu Laura en toen Ibu Laura ziek werd en Djamilah haar thuis moest verzorgen, gaf Ibu Laura de mooie ring ter herinnering aan Djamilah, opdat zij altijd aan Ibu Laura zou denken.
Toen Ibu Laura door ziekte niets meer kon doen, heeft zij de sawahs onder de desa bevolking, die haar door de jaren heen altijd had bijgestaan, verdeeld. Toen Ibu Laura er niet meer was, werd er elk jaar een feestje gevierd in desa Toentang ter ere van Ibu Laura.
Ziehier de mooie ring van Ibu Laura, die aan Djamilah was geschonken:



Aloha beste lezers, ik hoop dat dit verhaal zijn toegang heeft moge vinden in jullie computer-scherm en woonkamers of waar maar ook.


Warm Aloha van pak Leo.
Honolulu, Hawaii
82 graden Fahrenheit, een blauwe lucht en waar de perkututs 's morgens altijd fluiten.
© Verhalen: Carolus L. Wieffering, Honolulu All Rights Reserved.




Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: